• Welkom
  • Profiel
  • Dagvoorzitters
  • Zakelijke sprekers
  • Theatercollege
  • Team
  • Nieuws
  • Contact

Luka Modric had eigenlijk bij Barcelona willen voetballen

Luka Modric is volgens de kenners de beste voetballer 2018. Hij won alle individuele mondiale voetbalprijzen, tot ergernis van (de liefhebbers van) Lionel Messi en Cristiano Ronaldo. In 2007, ver voor zijn greep naar de absolute macht, zocht ik hem op in Zagreb, voor het onvolprezen maandblad Voetbal Magazine. Opvallend: Modric, die met Real Madrid inmiddels vier keer de Champions League won, sprak zijn liefde uit voor droomclub Barcelona. Hierbij een paar flarden uit de reportage.

Het is gewoonweg té verleidelijk om de associatie uit de weg te gaan, nog los van het rugnummer: 14. Daarom: Luka Modric vertoont verbluffende gelijkenissen met Johan Cruijff, op zijn minst qua stijl. De balvirtuoos van de Balkan heeft dezelfde, ietwat hoekige loop als de legendarische nummer veertien, maar er is meer. Zoals Modric de bal opdrijft, zoals hij accelereert, zoals hij achteloos een no look-pass verzendt: sluit je ogen en je ziet iets van de voetballer Johan Cruijff aan het werk.

Geconfronteerd met die vergelijking, valt Modric even stil. Hij knippert met zijn ogen en zoekt naar woorden. Dan zegt hij, in grappig Engels: ‘Oké, ik heb het vaker gehoord, maar ik wil en kan mezelf niet vergelijken met een grootheid als Johan Cruijff. Dat zou teveel eer zijn. Hij is één van de beste voetballers aller tijden, een idool voor de eeuwigheid, daar kan ik niet bij in de schaduw staan. Dat ik qua stijl op hem lijk, is mooi. En het rugnummer draag ik ook uit overtuiging en bewondering. Maar vergelijk me alsjeblieft niet met hem.’

Qua voetballende capaciteiten moeten we dat ook niet willen, maar toch ligt ook in dat geval de verleiding op de loer. Modric is tweebenig, heeft een fluwelen techniek, een uitstekende pass, een moorddadig schot en oog voor strategische oplossingen. Ondanks zijn postuur (1.72 meter bij 65 kilo) bevat zijn repertoire bovendien een grote dosis agressiviteit in de duels, een eigenschap die doorgaans niet aan vlinderachtige voetballers toebehoort. Wel aan Modric, en dat maakt hem tamelijk compleet.

Dan nog mogen we hem niet met Johan Cruijff vergelijken, er zijn grenzen, maar Modric geldt al wel als de natuurlijke opvolger van Kroatische voetballegendes als Zvonimir Boban en Robert Prosinecki. Of zoals zijn clubtrainer Zvonimir Soldo (Dinamo Zagreb) het formuleert: ‘Ik denk dat Luka al zover is dat hij bij de beste Kroatische spelers aller tijden kan worden gerekend. Ik hoef over zijn kwaliteiten niets meer te zeggen. Als je hem ziet spelen, zegt dat genoeg. En in de fysieke omgeving van het Engelse voetbal kan hij alleen maar beter worden. Luka kan een absolute topvoetballer worden.’

Modric lijkt zich nauwelijks bewust van zijn vooruitgesnelde status. In Kroatië is hij nog gewoon de ‘guy next door’, die een broertje dood heeft aan glamour, heldenverering of superlatieven. Hij komt weliswaar met een blitse BMW Jeep naar de training van Dinamo Zagreb, maar verder reikt zijn flirt met het kapitalisme niet. Ook zijn ontmoeting met Voetbal Magazine getuigt van een hoge aaibaarheidsfactor. Hij poseert uitgebreid voor de fotograaf (‘waar wil je me hebben’), grapt over zijn liefde voor basketbal (‘beoefen ik ook graag, maar wel als spelverdeler, haha’), voert een ontspannen conversatie op de trappen van het barokke Maximir-stadion (‘het ziet er niet uit, hé?) en vraagt ons Heerenveen-speler Danijel Pranjic zijn welgemeende groeten over te brengen. ‘Fantastische vent en goede voetballer.’

Dat Modric een relativerende geest is, ligt overduidelijk opgesloten in zijn genen en jeugd. Als zesjarig jongetje beleefde hij de Balkanoorlog als permanente bron van dreigend (levens)gevaar. Uit angst voor de oprukkende Serviërs hield het gezin-Modric zich lange tijd schuil op een kleine hotelkamer in de kustplaats Zadar. In weerwil van de moeilijke situatie, ontspon zich bij Luka juist in die periode een niet te stoppen liefde voor het voetbalspelletje. Als de kleine Modric zich al op straat waagde, was hij onafscheidelijk van de bal. In de vuurlinie werkte hij onbewust aan de techniek die hem later de status van onafhankelijke en mondiaal topvoetballer zou opleveren.

Modric praat liever niet over de verschroeiende burgeroorlog, maar voor wie een verklaring zoekt voor zijn veelzijdigheid als voetballer: het fundament moet gelegd zijn op de ruïnes van het wapengekletter. Toen vader Modric doorkreeg dat zoonlief was gezegend met bovengemiddeld talent en het vuur van de oorlog enigszins was geluwd, meldde hij hem aan bij een de jeugdopleiding van NK Zadar, de plaatselijke profclub. Daar ontwikkelde Modric zich in zijn vroege tienerjaren tot een mobiele middenvelder met grote mogelijkheden. Er was één vraagteken: zijn broze fysieke gesteldheid. Luka gold als meest pezige jongetje van de klas, zo breekbaar als een vlinder.

Toch trok Dinamo Zagreb hem in 2001 aan, met de bedoeling hem klaar te stomen voor de (hoofd)rol van regisseur. Dat lukte, maar niet zonder slag of stoot. Om Modric aan duelkracht te laten winnen, verhuurde de Kroatische recordkampioen hem twee keer aan een lager gedoteerde club. Eerst aan Zrinjski Mostar, in de rauwe competitie van Bosnië Herzegowina, later aan Inter Zapresic, een Kroatische satellietclub van Dinamo. ‘Die periodes hebben we letterlijk gesterkt’, zegt Modric. ‘Voetballend hoefde ik daar niets te leren, maar met name in Mostar heb ik me leren wapenen tegen ‘vuil spel’. Ik moest er wel voor mezelf opkomen, omdat de scheidsrechters er nauwelijks ingrijpen, en achteraf moet ik constateren dat ik in die periode aan de fysieke kracht heb gewonnen die ik nu nodig heb.’

Eenmaal terug bij Dinamo Zagreb, rees de ster van Modric tot indrukwekkende hoogten. Hij leidde de club uit de hoofdstad naar drie opeenvolgende titels en twee nationale bekers. Zijn debuut in het blauw-wit-rood van Kroatië vierde hij in 2006, tegen Argentinië. Bondscoach Kranjcar durfde het nog niet aan hem, als twintigjarige, op het WK in Duitsland een basisplaats te geven, maar dat had hij beter wel kunnen doen. Zonder een excellente regisseur als Modric draaide het toernooi voor de Kroaten uit op een daverende teleurstelling: uitschakeling in de groepsronde. ‘Voor mij was het WK niettemin een belangrijke leerschool’, zegt Modric. ‘Ik mocht invallen en genoot van dichtbij van wereldsterren als Ronaldinho en Kaka. Daar wordt niemand slechter van.’

De opvolger van Kranjcar, Slaven Bilic, twijfelde geen moment en maakte Modric belangrijk, met een basisplaats als centrale middenvelder. ‘Ik stel gewoon mijn beste spelers op, ongeacht leeftijd of ervaring’, zegt de bondscoach. ‘Daar komt bij dat ik Luka goed ken. Ook in mijn tijd als coach van Jong Kroatië stemde ik het spel en de tactiek af op de kwaliteiten van Luka, een keus die goed uitpakte. Hij kan prima omgaan met die verantwoordelijkheid, omdat hij ook metaal ijzersterk in elkaar steekt.’

Toch miste Modric lange tijd het podium om nóg beter te worden. Natuurlijk, hij etaleerde zijn kwaliteiten in het nationale elftal en de Europese wedstrijden met Dinamo Zagreb, maar van de Kroatische competitie werd hij geen steek wijzer, met alle respect voor de hardwerkende opponenten van Cibalia Vinkovci en NK Medjimurje. Modric werd weliswaar overstelpt met aanbiedingen uit het buitenland, maar de leiding van Dinamo nam de tijd en speculeerde op de hoofdprijs.

‘Ik weet dat Ajax belangstelling voor me had’, zegt Modric, ‘en ik was op dat moment ook graag naar Nederland vertrokken, maar de clubs kwamen er niet uit. Ik denk dat het met de vraagprijs te maken had, maar het fijne weet ik er niet van.’ Hoeft ook niet (meer), want de bestemming van Modric is intussen duidelijk: de middenvelder vertrekt voor zes seizoenen naar Tottenham Hotspur, voor de lieve afkoopsom van ruim 21 miljoen euro, een record in de geschiedenis van het Kroatische voetbal.

Gevraagd naar het hoe en waarom van de overstap, merkt Modric in alle eerlijkheid op: ‘Het voetballand van mijn dromen is Spanje, dat staat buiten kijf. Barcelona, van Johan Cruijff, is de mooiste club ter wereld. Daar hoop ik ooit nog eens te spelen, maar op dit moment is de Premier League het beste voor me. De snelheid van het spel, de dynamiek: het is een grote uitdaging voor me. En Tottenham Hotspur is natuurlijk een traditierijke club, die wil aanhaken bij de successen van vroeger. Daar wil ik graag een rol in spelen. Ik kon naar een boel clubs in Europa en ook in Engeland, maar Juande Ramos gaf me echt het gevoel dat hij me koste wat kost wilde hebben. Bovendien ben ik een fan van de coach Ramos. Samen met hem en mijn teamgenoten wil ik volgend seizoen de Champions League bereiken.’

Tot zover het verhaal uit 2007. Modric zou de Champions League liefst vier keer winnen. Niet in de kleuren van droomclub Barcelona, maar in die van de aartsrivaal uit de Spaanse hoofdstad.

(foto is van Eric Verhoeven)

  • Welkom
  • Profiel
  • Dagvoorzitters
  • Zakelijke sprekers
  • Tekst
  • Team
  • Contact
©2014 Van der Ley - Site en linkbuilding door Webton