Dik Wessels redde Fortuna al eens
Nu het voortbestaan van FC Twente in gevaar is, kijkt de hele regio vanuit een natuurlijke reflex naar Dik Wessels, met een geschat vermogen van drie miljard euro de op één na rijkste Nederlander. De bouwondernemer uit Rijssen behoedde al eerder een (traditie)club voor de ondergang, Fortuna Sittard. Over die reddingsactie sprak ik hem voor het jubileumboek ’60 jaar Fortuna Sittard’.
Dik Wessels: “Ik houd van sport in zijn algemeen, maar ben een gematigd voetballiefhebber. Afkomstig uit Rijssen, een streng gereformeerde plaats in Twente, mocht ik van mijn ouders als kind zelf niet op een voetbalclub. Stel dat ik een goede voetballer zou worden, dan moest ik misschien op zondag spelen. Dat was in die tijd niet bespreekbaar. Later werd het allemaal wat milder en ging ik op zondag naar FC Twente kijken, samen met wijlen mijn jongere broer Herman. Hij is later nog een tijd voorzitter geweest van FC Twente, van 1999 tot en met 2004.
Als Twentse onderneming hebben we sowieso altijd goede banden gehad met FC Twente, en de club ook als investeerder en sponsor gediend, vanuit een gevoel van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Veel van onze werknemers zijn fan van de club, en als bedrijf zitten we diep geworteld in de regionale samenleving. Aan de andere kant ben ik wel zakenman en ondernemer. En als je dan per ongeluk zaken doet met een ‘verkeerde’ club, is Leiden in last en steekt de emotie de kop op. Dat merkte in aan den lijve in 2001, toen ik Vitesse de helpende hand toestak, door de club een lening te verstrekken. Een zakelijke deal, maar de supporters van FC Twente waren er allesbehalve blij mee. Zij zagen het als verraad, ik kreeg hatelijke spreekkoren over me heen en ik zou bij het Twente-stadion zelfs politiebegeleiding moeten krijgen. Zover kwam het niet. Tijdens de wedstrijd ben ik maar op Vak P – de harde kern van FC Twente – afgestapt en heb ze mijn beweegredenen verteld. Dat het een puur zakelijke transactie betrof, dat het niets te maken had met het bewust helpen van een rivaal van FC Twente. Daar hadden de supporters begrip voor en ik ben zelfs lid gemaakt van de supportersvereniging Vak P.
We zijn als VolkerWessels weliswaar een Twents bedrijf, maar hebben vertakkingen door heel Nederland, in de vorm van werkmaatschappijen. Zo ook in de regio Sittard, waar we – onder de vlag van bouwbedrijf Jongen – bij veel bouwprojecten betrokken zijn. De mannen van Jongen kwamen natuurlijk veel over de vloer bij Fortuna. En met Fortuna-bestuurder Jo Abelshausen, ondernemer in de glasvezelindustrie, had ik zakelijke banden. Dus lagen er genoeg lijntjes naar Sittard.
Toen in 2009 de vraag kwam om Fortuna te helpen, van het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen, heb ik dan ook toegehapt. Het was vijf voor twaalf, het water stond de club aan de lippen en er was in de regio niemand die de club kon redden. Dus heb ik die taak op me genomen. Ik kocht het stadion en ben, samen met de Stichting Trots op Fortuna, garant gaan staan voor een schuld van 400.000 euro. Die reddingsactie kwam puur voort uit sociaal-maatschappelijke betrokkenheid. Aan de ene kant vond ik dat een voetbalclub met zo’n grote historie niet naar de Filistijnen mocht gaan, aan de andere kant beleven veel mensen in de regio, ook de werknemers van mijn werkmaatschappijen, veel plezier aan de club.
Overigens werd ik niet lang daarna benaderd door de voorzitter van MVV. Ook die club zat in de problemen en vroeg me om financiële hulp. Dat heb ik geweigerd. Niet omdat het een concurrent is, maar ik kan niet overal op ingaan. Het gevoel bij Fortuna was bovendien altijd goed. Ik merkte dat het een echte volksclub is, met een vaste en trouwe achterban, die ook in slechte tijden achter de club bleef staan. Als ik er kwam, ging het vooral over Mark van Bommel. Hoe hij zich, als Fortuna-talent, had ontwikkeld, daar waren ze trots op.
De relatie met het bestuur was moeilijk. Er was veel verloop en ik heb regelmatig met die mannen overlegd, maar hoeveel tips en adviezen we ook gaven, er kwam niet heel veel van terecht. Dat kan ik me ergens best voorstellen. Ajax, PSV of Feyenoord hebben een goed betaalde directeur, een professional, maar dit zijn vaak vrijwilligers die hun uiterste best doen en vanuit clubliefde handelen. Om Fortuna financieel weer een beetje te kunnen laten ademen, hebben we ze het voorbeeld van FC Twente aangereikt. Hoe die club ondernemers in de eigen regio benaderde – onder het motto ‘FC Twente is van ons, olé, olé’ – en hoe je sponsors zou kunnen binden. Een voetbalclub is nu eenmaal dé ontmoetingsplek voor ondernemers, een prima gelegenheid om te netwerken en zaken te doen. Maar succes had het niet echt, en dat heeft natuurlijk ook te maken met het economische achterland van Sittard-Geleen. Even los van DSM en Nedcar heb je er niet heel veel grote bedrijven.
Natuurlijk had Fortuna Sittard wel de verplichting om huurpenningen aan ons te betalen, als huurder van het stadion. Dat gebeurde echter niet, omdat er kennelijk geen geld was. Ik heb in die periode weleens geopperd het stadion te sluiten, zodat de wedstrijden niet langer gespeeld konden worden, maar dat heb ik nooit echt serieus gemeend. Als zakenman had ik natuurlijk op mijn strepen kunnen gaan staan, maar ik had ook begrip voor de nijpende situatie van de club. De situatie kon echter niet te lang voortduren. Daarom wilde ik weer van het stadion af. Dat is uiteindelijk in 2013 gelukt door de boel te verkopen aan Fitland. Daarbij heb ik over mijn hart gestreken en Fortuna Sittard de openstaande schuld kwijtgescholden.
Dat ik de geschiedenis inga als redder van Fortuna Sittard? Dat is mooi, natuurlijk. Maar ik hoef die credits niet op te eisen: ik ben een nuchtere Tukker, wars van borstklopperij. Natuurlijk hoop ik dat Fortuna Sittard een gezonde toekomst tegemoet gaat, alleen zal de club dan wel moeten fuseren. De sentimenten moeten dan echter aan de kant, maar dat kan nog wel even duren.”



