• Welkom
  • Profiel
  • Dagvoorzitters
  • Zakelijke sprekers
  • Theatercollege
  • Team
  • Nieuws
  • Contact

Innemende Simon Tahamata: 'Ik had één van de treinkapers kunnen zijn'

Bij de bekerkraker FC Twente – Ajax sprak ik weer even met Simon Tahamata (61), één van de meest innemende mensen uit de voetballerij. Vorig jaar interviewde ik hem, de onnavolgbare dribbelaar van weleer, over onder meer zijn rol als ambassadeur voor de Molukse gemeenschap in Nederland. Hierbij de weerslag.

Door zijn status als topvoetballer groeide Simon Tahamata uit tot rolmodel van de Molukse gemeenschap. Ruim 65 jaar na de komst van de eerste Molukkers naar Nederland, blikt de ex-aanvaller van Ajax en Feyenoord terug op een gewelddadige geschiedenis met twee treinkapingen. “Ik had één van de kapers kunnen zijn.”

Als Simon Tahamata (60) over ‘zijn volk’ praat, valt er een gloedvolle glans over zijn gezicht en verschijnt er een mooie fonkeling in zijn ogen: “Dat voelt als familie, hé. Ik had een Nederlands en nu nog steeds een Belgisch paspoort, maar in hart en ziel ben en blijf ik een Molukker. We zijn een trots volk.” Zodra het gesprek op onrecht en onderdrukking komt, verandert de oogopslag en smoort de woordenstroom soms in emotie. “Man, ik krijg er nog altijd kippenvel van. En een brok in mijn keel. Het laat me niet los, nooit.’’

Om de emotie van Tahamata te duiden, is een duik in de geschiedenis onontbeerlijk. Met twaalf transporten komen in 1951 de eerste 12.500 Zuid-Molukkers aan in Nederland. Het betreft KNIL-militairen (met hun familie) die kort na de Tweede Wereldoorlog aan de zijde van Nederland hebben meegevochten tegen de republikeinse bevelhebber Soekarno. Maar hoe manhaftig de Molukkers zich ook verweren, het is niet genoeg: Indonesië grijpt zijn onafhankelijkheid, Nederland raakt de kolonie (Nederlands-Indië) kwijt.

Vrije Molukse staat

Met het uitroepen van de Republiek der Zuid-Molukken (RMS, Republiek Maluku Selatan), in 1950 op Ambon, hopen de Molukkers iets van hun zelfstandigheid te behouden, maar de troepen van Soekarno slaan die poging met geweld de kop in. Omdat de Molukse militairen weigeren over te lopen naar het Indonesische leger, maar het evenmin vertikken onder een bezetter te zuchten, vertrekken ze noodgedwongen naar Nederland, met de belofte dat de Nederlandse regering zich sterk zal maken voor een vrije Molukse staat.

Eenmaal in Nederland worden de soldaten ontheven uit militaire dienst en met hun gezinnen gehuisvest in barakken. Zoals in het voormalige (Duitse) concentratiekamp Lunetten, in Vught. Daar komt op 26 mei 1956 Simon Melkianus Tahamata ter wereld, zoon van KNIL-militair Lambert Tahamata en zijn vrouw Octovina Leatemia. Het echtpaar krijgt twaalf kinderen, met wie ze niets liever willen dan terugkeren naar hun geboortegrond. Maar die hoop vervliegt, omdat de Nederlandse regering er niet slaagt de belofte van de Molukse staat waar te maken.

De Molukkers voelen zich verraden door het land dat ze te vuur en te zwaard hebben verdedigd en gediend. Dat zorgt, in combinatie met de slechte leefomstandigheden, voor frustratie, woede en machteloosheid. Ook de verhuizing naar andere plekken – in steden als Tiel, Culemborg, Rijssen en Assen ontstaan Molukse wijken/enclaves – doet de onvrede niet luwen. De werkloosheid is groot, het toekomstperspectief mager.

Treinkapingen

Waar Simon Tahamata in de jaren zeventig doorbreekt als profvoetballer bij Ajax, pakken ontevreden generatiegenoten de wapens op. Na in 1970 al de Indonesische ambassade in Wassenaar te hebben bezet (een dode), kaapt een groep jonge Molukkers uit het noorden des lands tot twee keer toe een trein. In 1975 vallen bij Wijster drie doden. In 1977 komen bij De Punt, na de bestorming door het leger, twee gijzelaars en zes kapers om het leven. De gijzeling van een groep schoolkinderen in Bovensmilde eindigt zonder bloedvergieten. Het geweld leidt tot grote sociale spanningen tussen Nederlanders en Molukkers.

De zachtaardige Tahamata heeft begrip voor de acties van zijn zielsverwanten, zegt hij ruim veertig jaar na dato, achter een cappuccino op De Toekomst, het trainingscentrum van Ajax. “Die acties kwamen natuurlijk niet uit de lucht vallen”, stelt hij. “Het had alles te maken met de manier waarop onze vaders door de Nederlandse regering zijn behandeld. Die mannen hebben gevochten voor de Nederlandse vlag, vele anderen hebben hun leven gegeven. En vervolgens laat de Nederlandse regering je in de steek… Niemand had oog voor ons, wist van onze pijn. Wat die jongens in die trein deden, was een schreeuw om aandacht. Om erkenning. En eerlijk, ik had een van de kapers kunnen zijn. Dat is gewoon zo, daar wil ik niet schijnheilig over doen. Maar ik woonde niet in het noorden, in Smilde of Assen, had er geen weet van.”

Op de kaart gezet

Uiteraard, zo wil Tahamata beklemtonen, betreurt hij dat er (burger)doden zijn gevallen. “Dat is verschrikkelijk, maar waar mensen opstaan voor onrecht, vallen nu eenmaal slachtoffers. Het is niet anders. Feit is wel dat de kapers ons Molukkers in Nederland op de kaart hebben gezet. Dankzij die jongens hebben de mensen inzicht gekregen in wie we zijn, waarom we hier naartoe zijn gekomen en hoe de regering zich heeft opgesteld. Molukkers laten zich niet afbluffen en kleineren, daarvoor is onze trots te groot.”

Omdat Tahamata in de periode van spanningen furore maakt als vleugelspits bij Ajax en Oranje, groeit hij ongewild uit tot rolmodel van de Molukse gemeenschap. De kleine dribbelaar loopt niet weg voor die ‘verantwoordelijkheid’. “Veel mensen ontleenden een zekere trots aan het feit dat ik het, als Molukker, ver schopte in de Nederlandse maatschappij”, zegt hij. “Dat gold ook voor muzikanten als Daniël Sahuleka, Julia Loco en de groep Massada. Omdat ik altijd achter de idealen van mijn volk ben blijven staan, was ik een soort van spreekbuis. Prima. Ik ben blij dat ik, dankzij mijn voetballoopbaan, iets voor mijn volk heb kunnen betekenen. Maar ook voor het Nederlandse volk. Zoals mijn vader in de oorlog vocht voor Nederland, zo speelde ik mijn wedstrijden voor Oranje en zong het Wilhelmus uit volle borst mee.”

Dat Tahamata überhaupt voor het Nederlands elftal kan uitkomen, is het gevolg van een offer van zijn vader. De Molukkers die in 1951 naar Nederland zijn gekomen, hebben officieel geen nationaliteit en beschikken over een vreemdelingenpaspoort, in de hoop ooit naar RMS te zullen terugkeren. Maar omdat Simon als voetballer excelleert, en zijn vader hem geen interlandloopbaan door de neus wil boren, vraagt hij in 1976 een Nederlands paspoort aan voor de (tot dan statenloze) familie. Het maakt voor Simon het reizen eenvoudiger; hij hoeft niet langer visa aan te vragen voor buitenlandse tripjes.

Van Hanegem

De Molukse roots van Tahamata gaan niet onopgemerkt aan de voetballerij voorbij. In het veld maken tegenstanders hem vanaf 1977 met grote regelmaat uit voor ‘treinkaper’. De mentaal sterke Tahamata laat zich niet snel en vaak uit de tent lokken, maar soms wreekt hij zich. Hugo Hovenkamp (AZ) kan erover meepraten. Hij provoceert, krijgt een schop van Tahamata en mist het WK van 1978 in Argentinië.

Toch voelt de kleine vleugelflitser vanuit de voetbalwereld vooral steun. Als hij de daders van de terreuracties in het gevangeniscomplex van Norgerhaven of Esserheem opzoekt, wordt hij geflankeerd door mannen als Willem van Hanegem, Bobby Haarms (assistent-trainer van Ajax) en journalist Maarten Spanjer. “Zij hadden sympathie voor de idealen van het Molukse volk”, vertelt Tahamata. “Vier of vijf jaar achter elkaar zijn we, kort voor de kerst, afgereisd naar het noorden. We gingen dan eerst bij de familie van de kapers op bezoek, in Smilde en Assen. Daar aten we een hapje mee. Bobby Haarms nam Ajax-shirtjes mee voor de Molukse strijders in de gevangenis, Maarten Spanjer smokkelde zelfs alcohol naar binnen. Daarna praatten we met die jongens en speelden een onderling een potje voetbal, in de zaal of op het veld. Spanjer nam dan de gedaante aan van Drs. E. Vijfje, het Miskend Talent, in die tijd een hit op tv. Dat vonden die gevangenen prachtig. En let op: ze konden aardig voetballen, hé, snel en technisch begaafd als Molukkers doorgaans zijn.”

Tahamata heeft een speciale band met Van Hanegem. “Vaak heb ik niet met of tegen hem gespeeld, bij één interland stonden we samen in de basis (Nederland – België in 1979), maar we hebben een menselijke klik. Hij was te gast op mijn bruiloft, droeg daar een Moluks kostuum en hielp zelfs in de bediening, haha. Willem kan niet tegen onrecht, net als ik. Dat schept gewoon een band.”

Racisme

In 1980 krijgt Simon Tahamata een telefoontje van zaakwaarnemer Maarten de Vos: hij is vanuit het niets door Ajax verkocht aan Standard Luik, vlak voor de aanvang van het seizoen. Hij kan het nauwelijks geloven. Ofschoon Ajax ontkent, denkt Tahamata dat zijn Molukse afkomst debet is aan het plotse vertrek. Een van de bestuursleden zou de pik hebben op de dribbelaar, misschien wel in relatie met de treinkapingen. Een ordinair staaltje van racisme? Veel wil Tahamata er niet over kwijt. “Maar ik heb gehuild toen. En nog steeds doet het pijn”, klinkt het op zachte toon. Journalist/chroniquer David Endt, ex-teammanager van de Amsterdamse club, vat de zielenpijn van Tahamata fraai samen in een column: “Je zult alleen in zijn felle zwarte ogen kunnen lezen hoe smartelijk dat gedwongen afscheid was.”

Tahamata groeit in Luik uit tot publiekslieveling, om tussen 1984 en 1987 met succes het shirt van  Feyenoord te dragen. “Johan Cruijff wilde me hebben. Dat kon ik natuurlijk niet weigeren.” Daarna komt hij in België nog uit voor Beerschot en Germinal Ekeren. Hij neemt de Belgische nationaliteit aan en zet in 1996 een punt achter zijn actieve loopbaan. Vervolgens is hij bij diverse (buitenlandse) clubs actief als jeugd- en techniektrainer. Een functie die hij sinds 2014 vervult bij Ajax, zijn jeugdliefde.

Nederland is zijn thuisland gebleven, maar zijn hart klopt nog altijd voor de Molukken. Zijn bezoekjes aan de eilandengroep, het land van zijn (voor)vader(en), hebben grote indruk gemaakt. “Ook al is de Molukse staat officieel nooit van de grond gekomen, ik voel me daar thuis. De eerste keer dat ik er landde, eind jaren zeventig, was echt een kippenvelmoment. Ik kreeg het er warm én koud van.”

Schone taak

Tegenwoordig is Simon Tahamata nog altijd hét boegbeeld van de Molukse gemeenschap. “Er zijn steeds meer Molukkers die zich op allerlei gebied manifesteren, maar ik word nog altijd gevraagd. Om op een bruiloft of een begrafenis aanwezig te zijn, om een voetbalclinic te geven. Ik doe het met liefde, met mijn hart. En ook bij de jaarlijkse herdenkingen probeer ik van de partij te zijn, op 11 juni. Dan bezoek ik het monument en woon ik de kerkdienst bij, waarin we bidden voor de omgekomen kapers én de burgerslachtoffers. Indrukwekkend.”

Het stoort Tahamata dat er op scholen te weinig aandacht is voor de Molukse zaak. “Het is een hoofdstuk dat niet of nauwelijks in de geschiedenisboeken is opgenomen. Daardoor weet de jeugd er te weinig vanaf. Daar ligt een schone taak voor de Nederlandse politiek, en een mooie kans. Om ten opzichte van het Molukse volk nog iets te kunnen goedmaken.”

  • Welkom
  • Profiel
  • Dagvoorzitters
  • Zakelijke sprekers
  • Tekst
  • Team
  • Contact
©2014 Van der Ley - Site en linkbuilding door Webton