Michel Boerebach: eeuwige worsteling met oneerlijkheid van het lot
Ik sprak deze zomer voor Voetbal Inside Magazine met ex-profvoetballer Michel Boerebach over de oneerlijkheid van het lot. Het werd een indrukwekkend relaas. De assistent-trainer van Go Ahead Eagles verloor op 22 juli 2003 bij een auto-ongeluk zijn zonen Lesley en Sven. De worsteling met pijn en verlies loopt sindsdien als een rode draad door zijn leven. Er zijn lichtpunten, zeker. Zijn zoon Lyns, bijvoorbeeld. En Go Ahead Eagles, zijn werkgever. “Maar het blijft overleven.”
Een term als ‘overleven’ is in de sportjournalistiek gemeengoed geworden, maar dan louter in figuurlijke zin. Zo hoopt Go Ahead Eagles dit seizoen, met een relatief laag budget, te overleven in de eredivisie. Het zal voor de promovendus een gevecht worden op leven en dood, zo is de verwachting. Andermaal figuurlijk bedoeld, uiteraard. Nemen we die woorden letterlijk, dan komen we in de tegennatuurlijke belevingswereld van Michel Boerebach terecht, gerespecteerd assistent-trainer van de traditieclub uit Deventer. Vanaf het moment, in 2003, dat zijn zonen Lesley (12) en Sven (9) bij een auto-ongeluk het leven lieten, voert hij een bikkelharde strijd met zichzelf en de oneerlijkheid van het lot. Nu, na een worsteling van dertien jaar, zegt hij: “Het gaat gelukkig steeds beter. Maar het blijft een kwestie van overleven. Letterlijk. Het gat in mijn hart blijft. Soms val ik terug en ga ik zuipen. Een reflex. Om de pijn te verdrijven, of juist om de emotie intenser te voelen, om te kunnen huilen. Hard te kunnen huilen. Als uitlaatklep.”
Aan de koffie in zijn woonplaats Deventer merkt Boerebach op dat zo’n terugval steeds minder vaak voorkomt. Misschien nog twee, drie keer per jaar. En dan vooral op momenten dat de dagelijkse structuur in zijn leven ontbreekt. “Als ik op de club ben, gaat het goed. Dan heb ik mijn werk, ben ik met die jongens bezig, dat is pure afleiding. Maar zodra ik bijvoorbeeld vakantie heb, ligt zo’n terugval op de loer. En krijg ik de soms onbedwingbare neiging naar alcohol te grijpen. Hoe je het ook wendt of keert: het is een verslaving geworden, want ik kan het niet helemaal beteugelen. Maar voor opname in een kliniek ofzo, voel ik niets. Dan ben ik binnen twee dagen gevlucht. Ik ken mezelf een beetje.”
Balletje trappen
Het liefst probeert hij zelf de regie over zijn emotionele ik te hervinden, zo goed en zo kwaad als dat gaat. Zijn gezin is daarbij het ankerpunt. Met zijn huidige levenspartner Angela kreeg hij in 2007 een zoon, Lyns. “We waren lag aan het nadenken over een naam. Opeens had ik hem: Lyns. De eerste en laatste letter van zowel Lesley als Sven, verenigd in één naam. Op die manier leven mijn twee jongens voort in mijn andere zoon. En het is een originele, aparte naam, hé. Echt niemand heet Lyns, alleen hij.”
Michel Boerebach is van nature een ongecompliceerde, geestige kerel. Geen blabla-figuur, maar iemand die zelfspot en zelfrelativering tot kunst verheft. Die van kleine dingen geniet. De dag plukt zoals hij komt. Zie hem een balletje trappen met Lyns en je denkt: dit is de onbezorgde rijkdom van een vader zoon-relatie. “Dat is het ook”, beseft Boerebach. “Dit zijn de momenten die ik koester.” Kan hij, tegen de achtergrond van de gitzwarte gebeurtenissen, weer iets van puur geluk voelen? “Sporadisch, maar het kan, ja. Dat zit ‘m in simpele dingen. Een balletje trappen dus. Hem naar school brengen en ophalen. Wat ik met Lesley en Sven deed, doe ik nu weer. Zonder te vergelijken. Dat kan ook niet. Lesley en Sven zijn niet te vervangen, Lyns is op zijn beurt een uniek mannetje.”
Eeuwig klein
Hij kijkt met vertederende blik naar zijn zoon. En zegt: “Lyns is nu bijna negen. Onwillekeurig denk ik soms: als Lyns die negen jaar maar overleeft. Sven mocht maar negen jaar worden, weet je. Gek is dat, hé.” Mijmerend: “Lesley en Sven zouden nu 25 en 22 zijn geweest. Net zo oud als de spelers van Go Ahead Eagles met wie ik dagelijks werk. Maar ik denk niet: ‘Lesley zou er ongeveer hebben uitgezien als pakweg Bart Vriends’. Omdat ik me er niets bij kan voorstellen. Nee, Lesley en Sven zullen eeuwig klein en jong blijven. 12 en 9 jaar.”
Lyns is voetbalgek en speelt in competitieverband bij Sportclub Deventer. “In de E1. Hij is wat traag, dat heeft ie van mij, haha. Maar hij heeft overzicht, kan een doelpunt maken en ook dat schot begint te komen.” Eén keer in de week traint Boerebach (het elftal van) Lyns. Hoe dat gaat? “Eerlijk? Ik pak hem behoorlijk aan, harder dan zijn ploeggenootjes. Misschien is dat logisch, dat zie je wel vaker bij vaders die hun zoon trainen, maar toch schrik ik soms van mezelf. Hij schrikt ook, dan zie ik hem kijken. Soms denk ik: ‘Mies, waar ben je nu mee bezig man! Laat die jongen toch lekker voetballen en fouten maken!’ Aan de andere kant wil ik hem graag iets bijbrengen. En dan word ik fanatiek, dat gaat vanzelf. Dat is ook weer een worsteling.”
Houvast
Zijn gezin is, zoals gesteld, zijn houvast. Vrienden zijn belangrijk voor hem. En er is Go Ahead Eagles, ook een lichtgevend baken in zijn leven. Boerebach behoort in de Adelaarshorst, een kostbaar relikwie uit de oudheid van de voetballerij, tot het meubilair. Hij dient de club al ruim twintig jaar, verdeeld over drie perioden. Als speler doorliep hij in Deventer de befaamde jeugdopleiding, hij brak er door als betaald voetballer en sloot er zijn loopbaan af, na tussentijdse avonturen bij Roda JC, PSV, Real Burgos en FC Twente. Als trainer kwam hij in 2003 binnen. “Ik zou de beloften gaan doen. Een paar weken later kwam het ongeluk. En ben ik een tijd niet op de club geweest.”
In 2004 keerde hij terug als assistent-trainer. Dat is hij anno 2016 nog. Zoals Boerebach in die rol grote verdiensten heeft voor Go Ahead Eagles, zo biedt de club hem een beschermende omgeving, een warme schoot. “Mijn werk bij de club zorgt voor de structuur die ik nodig heb om te kunnen leven en overleven”, zegt hij. “Los daarvan is er altijd begrip geweest voor mijn situatie, voor mijn verwerking. Voorzitters, trainers: in de loop der tijd heb van die mensen veel steun gehad. En clubarts Norbert Schilder heeft me echt fantastisch geholpen en dat doet hij nog steeds. Want is best eens voorgekomen dat ik er even tussenuit moest.”
Geen Popie Jopie
Maar nooit meer dan een paar uren of dagen. “Eén keer heb ik echt heel diep gezeten. In 2013. Dat is de grootste terugval geweest. Ik werd 50, de jongens waren 10 jaar dood, we waren met Go Ahead gepromoveerd. Door al die emotie trok ik het even niet meer. Had echt even rust nodig. En hulp. Na de winterstop heb ik de draad weer opgepakt. Gelukkig is de club achter me blijven staan. Al zullen er best mensen zijn geweest die hebben gezegd ‘oprotten met die Boerebach’, daar ben ik van overtuigd.”
Het zijn misschien wel dezelfde lieden die zich soms afvragen wat de meerwaarde van Boerebach bij Go Ahead Eagles is. Dat maakt hem nijdig. “Ach, de hoofdtrainer en spelers weten wel beter”, zegt hij. “Ik ben geen Popie Jopie, sta niet langs de lijn te schreeuwen. Dat zit niet in mijn aard. Ik ben ook niet geschikt als hoofdtrainer, nee, in mijn rol als assistent ben ik op mijn best, omdat ik dan mezelf kan zijn.” Hij heeft, door zijn menselijke touch en voetbalvakmanschap, een uitstekende relatie met de spelers. “Geef ze soms een schop onder hun kont en dan weer een schouderklopje, dat hoort erbij. Die spelers waarderen dat. Ik heb nog steeds veel contact met jongens die nu ergens anders voetballen.” Met de huidige hoofdtrainer Hans de Koning, ex-ploeggenoot in hun gezamenlijke tijd bij FC Twente, kan hij prima door een deur. “Een goede trainer en een goed mens. En een echte familieman. Net als ik.”
Boerebach is de familieman die, ook na ‘tig’ therapeutische probeersels en hulptrajecten, nog steeds naar de juiste manier zoekt om het verlies van zijn jongens te kunnen plaatsen. “Ieder mens gaat anders met het verlies van kinderen om”, zegt hij, “er bestaat geen goed of fout, of een vastomlijnd draaiboek. Ik heb voor mezelf een manier gevonden om de situatie zo goed mogelijk te kunnen handelen. Dat is door zo weinig mogelijk aan Sven en Lesley te denken. Veel mensen komen op een punt dat de rouw omslaat in een gevoel van respect, iets van ‘het is een eer om die jongens meegemaakt te hebben.’ Dat heeft Dora, mijn ex-vrouw en de moeder van de kinderen, ook. Zij kan eindeloos naar foto’s kijken, bijvoorbeeld.”
Te zwaar
Dat is prima, vindt hij. “Maar ik ben daar nog niet aan toe. De herinnering is te zwaar om vol en vaak toe te laten.” Psychologen zeggen hem dat het niet de juiste of gelijkte manier is. Fel: “Maar voor mij is dat wel de goede manier! Psychologen kunnen nu eenmaal niet voelen wat ik voel. Dat zeg ik met alle respect, hé, want die mensen hebben het beste met me voor, dat besef ik ook wel.” Boerebach herinnert zich de weken na het fatale ongeluk. “Toén moest ik van hen al naar de foto’s van de jongens kijken. Dat zou goed voor me zijn. Nou, dat was het niet. Ik kon die confrontatie niet aan.”
Ach, hij heeft zoveel geprobeerd. “Ik ben ooit vijf dagen ergens intern geweest. Moesten we ‘s ochtends zingen en ‘s avonds een rollenspel doen. En je kon ook, in het midden van een groep mensen, op een matje gaan zitten, samen met iemand anders, en je verhaal gaan doen. Onder de deelnemers aan die sessie waren ook mensen van wie de hond was gestorven. Begrijp me goed, voor die mensen is dat ook heel erg, maar dit traject was niets voor mij, daar kwam ik snel achter. Ik ben er snel mee gestopt.”
Het meeste heeft hij aan gesprekjes met lotgenoten. “Met mensen die iets soortgelijks hebben meegemaakt, die ook kinderen zijn kwijtgeraakt. We begrijpen elkaar. We weten waarover we praten, hoe diep de pijn zit. En nee, we praten elkaar niet in de put, maar helpen elkaar juist, door ervaringen te delen.” Schrijven doet hem ook goed. Boerebach had jarenlang een goed gelezen column voor de site Twentesport.com en dagblad De Stentor. “Dat vond ik heerlijk. Het was een goede afleiding. En een manier om eer te betonen aan de jongens.”
Schuldgevoel
Dat gebeurt ook op andere manieren. Zo is er jaarlijks het Lesley Boerebach talententoernooi, bij SV Lelystad, de club waar zijn oudste zoon in de jeugd speelde. “Dat is een echte traditie geworden”, zegt Boerebach. “Dora is het hele jaar intensief bezig met de organisatie, dat vindt ze geweldig. De opening is altijd heel indrukwekkend, als Hugo Borst mijn gedicht ‘Nooit meer zaterdag’ voorleest. Ik hoor de mensen dan huilen of slikken, en ik sta er bij, het gaat over míjn kinderen en toch gaat het volledig langs me heen. Heel gek, onverklaarbaar. Wel ben ik de hele dag van de partij en praat ik veel met aanwezigen. Onlangs, in mei, was het toernooi weer. Het was zo druk geweest, dat ik vergat om na afloop naar het graf van de jongens te gaan. Ze liggen op 500 meter afstand van het sportpark. Daar krijg ik dan een schuldgevoel van, al zou dat niet hoeven. Want ze zitten in mijn hoofd en in mijn hart.”
Anno 2016 duurt de worsteling voort en voort. “Mensen vragen me weleens of ik het verwerkt heb, maar het verlies van je kinderen kun je nooit echt verwerken, vrees ik. Althans, ik niet. Ik voel me soms heerlijk, echt. Maar zo’n terugval blijft soms op de loer liggen.” Daardoor is hij voor het thuisfront niet de makkelijkste om mee om te gaan, erkent hij ruiterlijk. De Michel Boerebach van voor het ongeluk bestaat immers niet meer. “Die is als het ware overleden.” De huidige Michel Boerebach doet er alles aan een zo goed mogelijke levenspartner en vader zijn. “Dat hebben zij dubbel en dwars verdiend.”
Zijn ambitie voor de (nabije) toekomst? Die past met gemak op een bierviltje. “Ik wil geen trainer worden van Ajax. Nee, ik wil waarde blijven hebben als assistent-trainer van Go Ahead Eagles. Een leuk leven hebben met de mensen die me dierbaar zijn.” En, vooral: “Lyns groot zien worden.”
Nooit meer zaterdag
In 2005 kwam ‘Nooit meer zaterdag’ uit, het hartverscheurende boek dat Michel Boerebach, met journalist Rob Pietersen, schreef als eerbetoon aan zijn zonen Lesley en Sven. ‘Nooit meer zaterdag’ is ook de titel van het gedicht dat de ex-topvoetballer zes weken na het fatale ongeluk aan de keukentafel bij zijn moeder schreef.
Het is zaterdagochtend 6 september
de D1 moet spelen en I remember
al die zaterdagmorgens met Sven en Lesley
vroeg uit de veren en dan alle drie
lekker naar het voetbal toe
Sven gelijk paraat, Les nog een beetje moe
Het tenuetje met nummer 10 in zijn tas
Sven als eerste in zijn jas
Met z’n drieën pratend over de wedstrijd
bij de kantine, net als altijd.
Les naar de kleedkamer, Sven een frikandel speciaal
Dat vonden we allemaal zo normaal.
Nu is die tijd voorbij
Zij kunnen allebei
nooit meer genieten van het leven
geen liefde meer geven
Nooit meer met z’n drieën naar het voetbal
Lieve mensen, wat een knal
Een knal die zo hard aankomt
ik ben verstomd
Van mij nooit meer een echte lach
want het is nooit meer zaterdag.
Boerebach: ‘Nooit had ik gedacht dat het nog zaterdag zou worden. Maar toen ik begin september 2012 Lyns zijn eerste voetbalstapjes zag maken bij Sportclub Deventer, brak mijn hart. Ik dacht natuurlijk aan ‘Nooit meer zaterdag’. Gelukkig is het weer een klein beetje zaterdag geworden…”



