Sterven in het harnas
Op deze plek geef ik mijn opinie over (nieuws)zaken en kijk ik terug op memorabele, beklijvende verhalen uit 25 jaar journalistiek. Zo kwam ik gisteren met een Duitse collega te spreken over wijlen Robert Müller, een heldhaftige ijshockeykeeper. Kort voor zijn dood, in 2009, schreef ik onderstaand verhaal over hem. Lees, huiver en bewonder.
Een ongeneeslijke hersentumor heeft de Duitse topijshockeyer Robert Müller op het randje van de dood gebracht. Zijn arts geeft hem nog zes weken, maar toch vierde de 28-jarige goalie van Kölner Haie en het Duitse nationale team onlangs zijn comeback. Müller zegt het niet hardop, maar desnoods sterft hij in het (keepers)harnas. ,,Ziek of niet, als ik niet op het ijs sta, zou ik gek worden.’’
De competitiewedstrijd tussen Kölner Haie en Nürnberg Ice Tigers is 52 minuten oud, als doelman Robert Müller zijn Canadese vakbroeder Frank Doyle in het doel van de thuisclub aflost. De rentree van de opgegeven doelman, bij een 5-1 voorsprong, leidt op de tribunes tot emotionele taferelen. De bijna 14.000 supporters scanderen devoot zijn naam en tonen massaal plakkaten met Müllers rugnummer (80), het jaar van zijn geboorte.
Verscholen achter de spijlen van zijn masker krijgt de goalie slechts flarden mee van het eerbetoon. Hij steekt even zijn hand op, maar verlegt zijn focus snel naar het ijs. Dát is zijn werkterrein, zijn belevingswereld. Verzonken in concentratie volgt hij de puck. De kleine (1.72 meter) doch atletische keeper hoedt zijn doel in de stijl die hem typeert; met ware doodsverachting. Het blijft 5-1. Na het eindsignaal klettert het respect andermaal van de rangen, verpakt in applaus en gezangen. Wéér maakt emotie zich meester van de Köln Arena.
Niet in het minst bij de ploegmakkers van de doodzieke goalie. ,,Niet iedereen heeft het droog kunnen houden’’, bekent verdediger Andreas Renz na afloop. ,,Dit is zo emotioneel, ongelooflijk.’’ Aanvaller Philip Gogulla zegt: ,,Ik kan niet anders dan mijn pet afnemen voor Robert. Deze overwinning is voor hem.’’ En coach Clayton Beddoes: ,,Ik ben erg gelukkig dat ik hem heb kunnen inzetten. Voor een hele wedstrijd heeft hij nog niet de inhoud, wel voor een gedeelte. Dan brengt hij de kwaliteit die wij vragen.’’
De rentree van Müller in de sterke Duitse ijshockeycompetitie (DEL) is een klein wondertje. Kort ervoor heeft zijn oncoloog dr. Wolfgang Wick een ontnuchterende diagnose moeten stellen. De arts van de universiteitskliniek in Heidelberg meldt dat zijn patiënt in de verlenging van zijn leven is aanbeland. Chemotherapie haalt niets meer uit. ,,Het heeft geen zin Robert of zijn familie iets wijs te maken. Hij zit al dik over de gemiddelde levensverwachting van mensen met deze ziekte. Ik geef hem nog twee maanden.’’ De onheilstijding is voor Müller, getrouwd en vader van twee kinderen, de anticlimax van een emotioneel zware episode.
Vanaf het moment dat artsen in november 2006 een even boosaardige als agressieve tumor in zijn hersenen aantreffen, zweeft hij tussen hoop en vrees. Kort na de ontdekking volgt een ingrijpende operatie. De doktoren lichten zijn schedel en verwijderen een deel van het gezwel. Meer kan niet, uit angst voor een hersenbeschadiging. Het overblijfsel wordt bestreden met chemotherapie.
,,Ik weet dat de tumor kan terugkomen, maar het heeft geen zin om in problemen te denken’’, zegt Müller, op dat moment uitkomend voor de Duitse recordkampioen Adler Mannheim. ,,Ik ga door met mijn leven zoals ik dat altijd heb geleefd.’’ De haaruitval en het levensgrote litteken op zijn schedel, stille getuigen van ziekte en ingreep, deren hem niet. ,,Dat kan ik echt niet belangrijk vinden. ’’
Al na drie maanden maakt Müller zijn rentree op het ijs. Hersteld van de operatie loodst hij Mannheim naar de prestigieuze landstitel en keert hij terug in het nationale team van Duitsland. Het levert de karaktervolle goalie een transfer op naar Kölner Haie. Daar komt hij onder de vleugels terecht van Doug Mason. De Nederlands-Canadese trainer raakt onder de indruk. ,,Door zijn ziekte ging hij prioriteiten stellen en dingen relativeren’’, zegt de voormalige bondscoach van Oranje. ,,In de eerste zeven, acht wedstrijden van het seizoen was het eerste tegendoelpunt steeds houdbaar. Zozeer, dat ik dacht: ‘Jezus Christus, Robert, wat doe je nu?’ Maar in het vervolg van de wedstrijd speelde hij wél uitstekend. Zijn ziekte had hem mentaal rustig en sterk gemaakt. Ik dacht bij mezelf: als Robert zich niet druk maakt, waarom zou ik het dan wel doen?’’
Met Müller als soevereine sluitpost reikt Kölner Haie tot de finale van de DEL. Maar er is meer. De succesvolle goalie groeit in Duitsland uit tot het symbool van de strijd tegen kanker. Veel lotgenoten ontlenen steun aan zijn grenzeloze optimisme en wilskracht. ,,Ik wil niet met mijn ziekte te koop lopen, maar ben blij dat ik iets voor andere mensen kan betekenen’’, zegt Müller. In augustus van dit jaar slaat echter het noodlot toe. Een nieuwe controle leert dat de tumor in al zijn wreedheid is teruggekeerd. Ook het laatste sprankje hoop vervliegt. De vraag is niet langer óf maar wannéér de ziekte hem noodlottig gaat worden.
Kölner Haie ziet zich genoodzaakt een nieuwe doelman aan te trekken, maar Müller draagt zijn lot moedig. Hij vlucht niet in vraagstukken als ‘waarom ik?’ en wenst zeker niet als een kankerpatiënt gezien of behandeld te worden. Demonische gedachten bant hij uit. De optimist bijt zich vast in zijn herstel en krijgt na drie maanden de beloning, in de vorm van zijn rentree. ,,Andere mensen maken nog snel een wereldreis als ze weten dat hun tijd gekomen is’’, zegt Mason. ,,Robert niet. IJshockey is de liefde van zijn leven en daarnaast wil hij verantwoordelijkheid nemen voor zijn gezin.’’
Dat de terminaal zieke Müller überhaupt in staat is topsport te bedrijven, heeft te maken met de aard van zijn kwaal. De tumor, in medische termen glioblastoma genoemd, laat zich kenschetsen als een verraderlijke sluipmoordenaar. Een patiënt kan zich gezond voelen en zijn fysieke grenzen oprekken, mits beschikkend over een ijzeren gestel en dito mentaliteit. Die facetten ballen zich samen in Müller. Doktoren en clubleiding juichen zijn wilskracht toe.
Voor Müller voelt het uitoefenen van zijn geliefde sport als een therapeutische sessie. Niet dat er nog veel te repareren valt, maar het zorgt voor in elk geval voor afleiding en psychische rust. Als tweede goalie van Kölner Haie probeert hij intens te genieten van de tijd die hem nog rest. Soms krijgt hij de kans zich te tonen, soms blijft hij op de bank.
Praten over de ziekte doet hij liever niet. Het leidt af van de hoofdzaak en werkt negativisme in de hand. Om hem te beschermen tegen de mediahausse heeft de club tientallen interviewaanvragen uit binnen- en buitenland afgewimpeld. Een kort onderonsje na de competitiewedstrijd tegen Hannover Scorpions is wel mogelijk.
,,Ik heb een ziekte en daarmee moet ik leven’’, zegt de doelman met het eigenzinnige sikje. ,,Ik kan niet anders dan vechten en daarbij heb ik mijn sport nodig.’’ Hij kijkt met grote ogen de wereld in. ,,Het geeft me inspiratie en energie, en zeker ook een gelukzalig gevoel. Naast mijn familie is ijshockey alles voor me. Wat moet ik anders doen? Als ik niet op het ijs sta, zou ik gek worden.’’ Müller zegt het niet hardop, maar hij wil zijn geliefde sport tot het bittere einde blijven uitoefenen. Het is een verbond voor de eeuwigheid.
Vijf maanden later zou Robert Müller zijn laatste adem uitblazen. Zelden zo’n moedig sportman meegemaakt.



